De overheid heeft het energielabel verplicht gesteld omdat men wil dat alle gebouwen een energielabel hebben.
Bij elke verhuur of verkoop transactie moet de eigenaar een energielabel laten zien. Als er een geen geldig energielabel is, loopt de eigenaar het risico om een boete of dwangsom te krijgen. Deze bedraagt € 405,00 in het geval van een woningen en tot € 20.250,00 bij een utiliteitsgebouw.

Waarom is het energielabel verplicht?

De overheid heeft het energielabel verplicht gesteld omdat men wil dat alle gebouwen een energielabel hebben. Het energielabel geeft aan hoe energiezuinig een gebouw is. Zo kan de overheid eigenaren stimuleren om energiebesparende maatregelen te nemen. Op het energielabel staat welke maatregelen mogelijk zijn. Bijvoorbeeld isolatie van het dak of plaatsen van dubbel glas, of een betere verwarming.

Voordelen energielabel

Het energielabel heeft voordelen voor gebouweigenaren, kopers en nieuwe huurders:

  • Kopers en nieuwe huurders zien direct of een gebouw zuinig of niet zuinig is.
  • Het energielabel vermeldt hoe een eigenaar zijn gebouw energiezuiniger kan maken.
  • Het energielabel kan gunstig zijn voor de uiteindelijke verkoop- of verhuurprijs.
  • Een energielabel A, B of C (groen label) kan de verkoop of verhuur versnellen.

Eigenaren moeten een energielabel te overhandigen bij verkoop, verhuur en oplevering van hun woning of gebouw.

Regels voor verplicht energielabel

De Europese Richtlijn energieprestatie gebouwen (EPBD) heeft het energielabel verplicht gesteld. Deze richtlijn is omgezet in Nederlandse regelgeving via:

De Rijksoverheid heeft vervolgens afspraken gemaakt met maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Deze afspraken staan in het Energieakkoord voor duurzame groei.

Energielabel soms niet verplicht

Bij sommige woningen of bijzondere gebouwen is een energielabel niet verplicht. Bijvoorbeeld bij een beschermd monument of fabriekshal.

Een energielabel is niet nodig voor de volgende gebouwen:

  • beschermde monumenten volgens de Monumentenwet 1988 of volgens een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening;
  • gebouwen voor religieuze activiteiten (zoals kerken en moskeeën);
  • vrijstaande gebouwen met een gebruiksoppervlakte tot 50 m2;
  • (agrarische) bedrijfspanden bedoeld voor opslag of bewerking (fabriekshallen);
  • tijdelijke bouwwerken (zoals bouwketen, noodwinkels, noodlokalen bij scholen);
  • recreatiewoningen die minder dan 4 maanden per jaar worden gebruikt. En met een verwacht energieverbruik van minder dan 25% van het energieverbruik bij permanent gebruik;
  • gebouwen die geen energie gebruiken om het binnenklimaat te regelen (zoals schuren of garages).